X

Kinderen in armoede vaak onzichtbaar op school

Onderzoek Kinderhulp en ASN Bank

Middelbare scholieren die in armoede opgroeien zijn vaak niet goed in beeld bij schoolleiding, mentoren en docenten. Hoewel de meeste scholen beschikken over een zorgsysteem voor ouders met weinig geld, is de financiële situatie van gezinnen en de impact op kinderen moeilijk te achterhalen. Dit blijkt uit onderzoek van het Nationaal Fonds Kinderhulp in samenwerking met ASN Bank.

 

Voor het onderzoek interviewde Kinderhulp diverse docenten en mentoren op middelbare scholen over hun ervaringen met leerlingen in armoede. Daarnaast werd een schriftelijke enquête gehouden onder middelbare scholieren in de leeftijd van 13 tot 18 jaar. Zij werden daarin onder meer gevraagd naar de schoolmiddelen die ze tot hun beschikking hebben, zoals een eigen slaapkamer, laptop of goede internetverbinding. 700 leerlingen vulden deze enquête in.

 

Een plek waar kinderen gezien worden

Volgens cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau groeit 1 op de 12 kinderen in Nederland op in armoede. Dat zijn ruim 300.000 kinderen en jongeren van 0 tot 21 jaar. Veel van deze kinderen zijn in het dagelijks leven onzichtbaar. Nu meer dan ooit. Onze maatschappij wordt steeds individualistischer. Gezinnen in armoede waren vroeger in beeld bij familie, buren, kerk en verenigingen, maar op dat sociaal vangnet kunnen ze steeds minder terugvallen. Corona heeft deze trend alleen maar versterkt.

School is voor kinderen in armoede daardoor vaak de enig overgebleven plek waar ze buiten hun eigen thuis terecht kunnen. Het is een plek waar ze veel tijd doorbrengen, waar ze welkom zijn en zich gezien voelen. De helft van de ondervraagde kinderen zegt ook met plezier naar school te gaan, ongeacht het type onderwijs of niveau. Slechts 20% van de respondenten vindt school niet leuk.

 

Cruciale rol voor scholen

Scholen spelen een cruciale rol in het signaleren van armoede. Bovendien heeft elke school een of meer hulpmiddelen beschikbaar voor gezinnen met minder geld. Andere ouders betalen bijvoorbeeld een kleine extra bijdrage voor een solidariteitsfonds. Er zijn leenlaptops voor gezinnen die geen eigen device voor hun kinderen kunnen betalen. Of er is een subsidiepotje als kinderen om financiële redenen niet mee kunnen op schoolreis of studie-uitjes.

 

Daarnaast heeft vrijwel elke school een uitgebreid zorgsysteem om ouders met minder financiële middelen te helpen. De ogen en oren van docenten en mentoren zijn hierin de eerste lijn. Zij hebben bijna dagelijks direct contact met leerlingen en bouwen een relatie met ze op. Hun observatievermogen, voelsprieten en onderbuikgevoel zijn daarom van groot belang. Als tweede lijn beschikken veel scholen over een ondersteuningsteam met onder meer zorgcoördinatoren, een orthopedagoog, schoolcoach of jeugdarts. Tot slot hebben ze regelmatig contact met een maatschappelijk netwerk van externe specialisten en instanties, zoals de wijkagent, leerplichtambtenaar en de GGD.

 

Veel kinderen onder de radar

Ondanks deze zorgsystemen en hulpmiddelen, blijft armoede volgens docenten en mentoren vaak buiten beeld. Bijna unaniem geven ze aan dat leerlingen en ouders relatief weinig een beroep doen op deze middelen, terwijl armoede volgens de landelijke statistieken wel degelijk aanwezig is. De financiële thuissituatie blijkt een moeilijk gespreksonderwerp, zowel voor docenten als scholieren. Leerkrachten gaan vaak af op indirecte signalen, zoals het gedrag in de klas. “Deze kinderen zijn meer gespannen,” aldus een docent op een vmbo-school in Almelo. “Ze willen niet opvallen, hebben het gevoel dat ze het niet goed doen en blijven op de achtergrond, uit angst om gepest te worden. Of ze hebben bijvoorbeeld nooit sportkleding bij zich tijdens gym.”

 

Schoolvakanties zijn eveneens een graadmeter voor armoede. Het valt docenten onder meer op als leerlingen na de laatste bel voor de zomervakantie op het schoolplein blijven hangen en op de eerste lesdag geen verhalen over reizen of uitjes vertellen. “Deze kinderen vinden de zomervakantie helemaal niet leuk. Voor hen betekent het zes weken thuis zitten op hun kamer.”

 

Invloed op leerprestaties

Schaamte is volgens leerkrachten een belangrijke factor. Een docent tijdens het interview: “Elke puber wil ‘normaal’ zijn. Daarom houden deze kinderen armoede meestal verborgen. Ze praten er niet over, zijn constant op hun hoede en willen vooral niet opvallen. Hierdoor blijft het probleem vaak onder de radar.”

 

De schaamte, stress en spanning van kinderen die in armoede opgroeien heeft volgens de ondervraagde docenten ook impact op hun prestaties op school. “Een kind dat week in week uit in dezelfde kleding loopt en minder fris ruikt, vraagt niets in de klas. Kinderen die in armoede opgroeien staan als het ware al met 2-0 achter in het leven,” zo vertelde een zorgcoördinator van een havo/vwo-school in het oosten van het land. “Dat wil niet zeggen dat ze de wedstrijd verliezen, maar winnen wordt wel een stuk moeilijker.”

 

Meer online middelen, minder huisbezoeken

Sinds corona beschikken docenten over nieuwe communicatiemiddelen voor lesgeven. Dit helpt ze met het signaleren van armoede, zo geven verschillende docenten aan. Ze zien online onder welke omstandigheden hun leerlingen de lessen volgen. Hebben ze een eigen kamer of zitten ze in de woonkamer? Als meest schrijnende voorbeeld noemde een mentor twee kinderen in Rotterdam-Zuid die met een oude Nokia-telefoon op de grond onder een wasrek de lessen probeerden te volgen. Online lessen maken ook duidelijk wie thuis wel en geen goede internetverbinding of laptop heeft. Uit het onderzoek blijkt dat 1 op de 10 ondervraagde havo/vwo-leerlingen geen goede internetverbinding heeft. Bij scholieren met een praktijk- of vmbo-opleiding is dat 1 op de 4. Van de havo/vwo-leerlingen heeft 14% geen eigen laptop of pc. Bij leerlingen op het praktijkonderwijs en vmbo geldt dit voor maar liefst 25%. De geïnterviewde docenten herkennen dit. Het ontbreken van deze studiemiddelen heeft volgens hen ook invloed op de schoolprestaties.

 

Veel docenten en mentoren willen hun leerlingen graag helpen en een actievere rol spelen bij het in beeld krijgen van kinderarmoede. In de praktijk stuiten ze echter op obstakels als hun grote takenpakket en administratieve lasten. Hierdoor is er weinig tot geen ruimte meer voor bezoeken bij leerlingen thuis. Een groot gemis, aldus alle geïnterviewde onderwijzers. “Meer huisbezoeken kan écht een groot verschil maken. Je ziet de thuissituatie met hun ouders, hoe hun slaapkamers eruit zien en onder welke omstandigheden ze hun huiswerk maken. Dat is heel verrijkend.”

 

Kinderhulp helpt!

Het Nationaal Fonds Kinderhulp begrijpt dat kinderarmoede voor scholen en docenten vaak onzichtbaar blijft. Binnen én buiten de schoolmuren is het moeilijk om armoede bespreekbaar te maken en in beeld te krijgen. Het is een complex probleem, met soms vergaande gevolgen voor een kind. Docenten en mentoren zetten zich onvoorwaardelijk in voor de ontwikkeling en toekomst van deze kinderen. Net als Kinderhulp.

 

Kinderhulp kan scholen ondersteunen als zij zien dat leerlingen in armoede opgroeien. Kinderhulp helpt met dat waar een kind behoefte aan heeft: van een warme jas en gymschoenen tot een laptop en bureau. Of een goed bed, zodat een kind goed uitgerust op school komt. In de zomer deelt Kinderhulp zomerpretpakketten uit, zodat kinderen die in armoede opgroeien ook op school mooie verhalen over hun vakantie kunnen vertellen. Deze steun verloopt altijd via maatschappelijke organisaties. Ook onderwijsinstellingen kunnen zich bij Kinderhulp aanmelden als aanvrager en een aanvraag indienen voor een kind of gezin

 

ASN Bank: partner van Kinderhulp

ASN Bank ondersteunt Kinderhulp sinds 2014 en behoort tot de strategische partners van Kinderhulp. ASN Bank doneert jaarlijks een percentage over het bedrag dat op alle rekeningen van ASN Jeugdsparen samen is gespaard. Daarmee worden opleidingen (en -benodigdheden) en kamerinrichting gefinancierd. Dit past bij de missie van de bank: een rechtvaardige, duurzame toekomst voor iedereen. ASN Bank vindt het belangrijk dat het welzijn van kinderen duurzaam wordt verbeterd en nam daarom het initiatief voor dit onderzoek.